U dacht misschien dat ik, na de stroom van verwijten en beschuldigingen die mij naar het hoofd gesmeten werden, te bang of zelfs te laf was om openlijk te reageren. Niets is echter minder waar, zo toont dit schrijven. Ik had andere, misschien zelfs belangrijkere dingen te doen...
Laat u bij het lezen van dit bericht trouwens ook niet leiden door de lengte ervan. Een groot deel bestaat uit citaten, en zijn waarschijnlijk door jullie al gekend.
Oprecht verheugd ben ik natuurlijk met de huidige polemiek, zeker omdat die tot stand kwam door enkele mindere schrijfsels van mijnentwege. Ik dank daarvoor dan ook hartelijk mijn collegae Hoffius en J. Terra. Graag zal ik nu ingaan op hun beider reacties.
Hoffius reageert op het zogeheten ‘trinitarische vraagstuk’ (maandag 20 augustus 2007, 12:49). Zijn of haar bedoelingen zijn nobel, maar toch niet helemaal correct. Zei ons aller Schopenhauer immers al niet:
De wilsuiting en de activiteit van het lichaam zijn niet twee objectief gekende, onderling verschillende toestanden, die causaal met elkaar zijn verbonden en zij verhouden zich niet tot elkaar als oorzaak en gevolg, maar zijn één en hetzelfde, dat op twee totaal verschillende manieren wordt ervaren: de ene keer heel onmiddellijk, de andere keer via de aanschouwing door het verstand.
(Uit Die Welt als Wille und Vorstellung, 1819, De wereld als wil en voostelling, Wereldbibliotheek, Amsterdam 1997, p185-186)
Één en hetzelfde. Wat David als weldoener, filosoof of zanger (alle drie de woorden komen van Hoffius zelf) dus doet, kan nooit onverenigbaar zijn. Vandaar dat de ‘twee-naturen’-eenheid niet aan de orde kan zijn. Er zit steeds eenzelfde drijvende kracht achter alles wat David doet, gekenmerkt door een zoektocht naar eer, roem en geld. Dat er af en toe ook andere dingen bij komen kijken, zal u zo meteen duidelijk worden…
Lovenswaardig is ook de poging van J. Terra (22 augustus 2007, 1:14). Zoals verwacht zoekt hij of zij het zwakkere punt van mijn redenering op, en verwijt me een gebrek aan contextualisering en historisering. Alleen begaat u, beste J. Terra, net zoals Hoffius de fout om David hier enkel als kunstenaar te zien, en niet als wetenschapper. Zelfs zonder de door u gevraagde contextualisering en historisering blijft mijn these dus overeind, al is de boodschap inderdaad misschien wat banaal.
Belangrijker is echter dat u, onbewust weliswaar, op de kern van mijn volgende betoog uitgekomen bent. U wil meer contextualisering en historisering? Welaan dan.
Want net zoals (bijna) iedereen nog weet waar hij of zij was op dinsdag 11 september 2001, zo weten de meesten onder ons ook nog wel waar zij waren op 13 augustus 1996, de dag waarop Marc Dutroux werd opgepakt, en de wereld er voorgoed anders ging uitzien. Julie en Melissa, An en Eefje, Sabine en Laetitia; hun namen zullen we waarschijnlijk nooit vergeten. Het post-Dutroux-tijdperk was begonnen. Buitenspelen zonder zorgen werd zo goed als onmogelijk, ongeruste ouders patrouilleerden aan de schoolpoorten, en bij elke witte bestelbus die moest remmen sloeg de angst ons om het hart. Onze kinderen werd op het hart gedrukt om nooit met vreemde mensen mee te gaan, er niets van aan te nemen, en er zelfs niet tegen te praten. Dat al deze angsten gegrond bleken, bewezen de gruwelijke feiten met Stacy en Natalie nog, in juni vorig jaar.
Wat vindt u dan, beste J. Terra, van het initiatief van de heer Hasselhoff om net in juni 2006, wanneer het hele land, en zelfs de hele wereld, het drama van Dutroux opnieuw beleeft, om net dan het nummer ‘Jump in my Car’ uit te brengen? Wat vindt u van de boodschap van dit lied? Het einde, waarin hij het meisje weer uit zijn auto probeert te krijgen, is niet meer dan een zielige poging om de boodschap van het lied te verbloemen.
Jump in my car, I wanna ta-ake you home,
De boodschap lijkt me voor zich te spreken. En wat vindt u, beste J. Terra, in deze context dan van het door u gebruikte citaat uit ‘One and One make Three’?
I can see it in your eyes
Opnieuw wordt de boodschap op het einde wat verdoezeld, maar de essentie van de eerste drie regels lijkt me wel duidelijk te zijn. Eer, roem en geld blijken dus toch niet de totale drijfveer van David te zijn…
Het citaat van Russ Rankin, gepost door Hoffius (20 augustus 2007, 11:01), krijgt op deze manier trouwens wel een zeer wrange nasmaak, zeker als het door Hoffius zelf gebruikt wordt voor het beschrijven van ‘onze gemoedstoestand’…
My pain is the pain of children. My heart is burning with their shame...
Masselthoff
Reacties altijd welkom op http://thehoffzondernaam.blogspot.com/








